Minder internetters in Nederland

27 augustus 2008
Bijna alle landen in Europa zagen het afgelopen jaar een stijging in internetgebruikers. Er was slechts één achterblijver: Nederland.

In juni vorig jaar waren er nog 11.287.000 mensen in Nederland online op hun werk of thuis. Dit jaar was dat in dezelfde maand 11.227.000, goed voor een kleine daling van 1 procent. De gemiddelde groei in Europa kwam uit op 8 procent. Dit blijkt uit cijfers van Comscore, waarbij overigens geen verklaring wordt gegeven voor de daling.

Finland en Duitsland kenden de kleinste groei, beide 6 procent. Rusland, een markt waar nog veel te behalen valt op dit vlak schoot iedereen voorbij met 27 procent groei in internetters. Bij de cijfers werd gekeken naar de bevolking ouder dan 15 jaar. Internetverkeer van publieke computers in bijvoorbeeld internetcafés, of verkeer vanaf mobiele apparaten werd niet meegenomen.

De dubieuze eer die Nederland met de daling ten deel valt, wordt ruimschoots goedgemaakt door de stevige nummer 1-positie die ons land inneemt als het aankomt op het percentage van inwoners die online zijn geweest de afgelopen maand. Van de Nederlanders boven de 15 was 82 procent online. Ter vergelijking, het gemiddelde in Europa is 39 procent.

Ook andere Noord-Europese landen hebben, door een goede breedband infrastructuur veel inwoners die online zijn. Naast Nederland stonden Denemarken (77 procent), Zweden (76 procent) en Noorwegen (76 procent) hoog op de lijst van Comscore.

De afgelopen maand bracht de Nederlander gemiddeld 23,4 uur door op het internet waarbij maar liefst 2.884 pagina's per persoon werden bezocht. Alleen Zweden en Duitsers waren klikten vaker een pagina aan en bezochten respectievelijk 2.901 (in 21,7 uur) en 2.906 (in 23,2 uur) websites.

Stir zette iets hoger in en berekende onlangs nog dat de gemiddelde surftijd van alle online Nederlanders van 13 jaar en ouder uitkwam op 1,2 uur per dag.